Na het eerste, inventariserende gedeelte van het onderzoek, bestaat de tweede fase uit het realiseren van vernieuwende vormen van kunsteducatie en -participatie van de doelgroep. Dit zal gebeuren met behulp van een drietal regionale Ontwikkelwerkplaatsen: werkplaatsen, bestaande uit professionals en docenten van zorg- en kunstinstellingen, kunstbeoefenaars met een beperking, vrijwilligers en onderzoekers van de betrokken hogescholen. In de werkplaatsen wordt geëxperimenteerd met methoden en werkwijzen. Zij vormen als het ware proeftuinen waar men van elkaar leert en uitprobeert.
Onderzoeksmethoden
Bij het opzetten, uitvoeren en analyseren van het onderzoek zal gebruik worden gemaakt van de kennis uit de verschillende lectoraten van de HAN en de HU. Docent- en studentonderzoekers zullen het onderzoek onder leiding van de lectoren uitvoeren. Als onderzoeksmethoden worden gehanteerd: semigestructureerde interviews, documentanalyse en participerende observatie. Interviews worden afgenomen bij deelnemers met een beperking, begeleiders en managers.
Centrale vraag in deze onderzoeksfase is: ‘Hoe kunnen mensen met een beperking volwaardig deelnemen aan de kunsten en welke veranderingen vraagt dat bij de professionals en de instellingen/centra die zich bezighouden met zorg en kunstbeoefening?’
Uitgangspunten daarbij zijn:
- Bijdragen aan het vormgeven van een ‘inclusief leerbeleid voor kunstontwikkeling’ voor mensen met beperkingen. Het leerconcept van de Ontwikkelwerkplaats is steeds het ‘inclusief leren’. Onderzoeksaanpakken zijn er steeds op gericht dat enerzijds de samenleving en anderzijds de dagelijkse praktijk in de ateliers en centra voor de kunsten wordt weerspiegeld. Daarnaast zijn trends uit de kunstontwikkeling voor mensen met beperkingen het leer- en werkmateriaal: deze zijn beroepsvormend voor professionals.
- Ontwikkelen van doorleerlijnen voor mensen met beperkingen in samenwerking met organisaties en educatievoorzieningen. Mensen met een beperking ontwikkelen competenties in verschillende levensfasen. De eerder verworven competenties, opgedaan in deze levensfasen, vormen de basis voor doorleermogelijkheden. Bij het faciliteren van doorleerlijnen en in-, uit- en doorstroom gaan we uit van duurzaam en maatschappelijk verantwoord leren.
- Inrichten van ateliers en centra voor de Kunsten met een leerinfrastructuur. Er wordt georganiseerde leerondersteuning geboden in onder andere vak- en talentontwikkeling, persoonlijke vorming en doorstroommogelijkheden.
- Aansluiten bij de landelijke ontwikkelingen rondom sociale activering van burgers met een beperking. Het verhogen van maatschappelijke participatie van burgers en het doorbreken en/of voorkomen van sociaal isolement en uitsluiting. Maatschappelijk zinvol werk, waarmee economisch wordt bijgedragen, kan een eerste stap naar betaald werk betekenen.
- Kunstontwikkeling vergt een andere verantwoordelijkheid dan de persoonlijke en bedrijfsverantwoordelijkheid van ateliers en centra voor de kunsten. Professionals nemen de rol op zich te werken aan beeldvorming rondom mensen met een (verstandelijke) beperking en hun kunstbeoefening en dit betekent tegelijkertijd het nemen van maatschappelijke verantwoordelijkheid.
Programma van Eisen (PvE) en Stuurgroep
Om zicht te krijgen op de noodzakelijke eisen en voorwaarden om tot gezamenlijke doelrealisatie van Kunst Inclusief te komen, is voor het tweede onderzoeksjaar het Programma van Eisen (PvE) opgesteld. In het PvE zijn de eisen en voorwaarden beschreven waar de Plannen van Aanpak van de drie regionale Ontwikkelwerkplaatsen aan moeten voldoen. Besluitvorming over de eisen en voorwaarden van de tweede onderzoeksfase vindt plaats in de Stuurgroep. Daarmee definieert het PvE het werkkader voor de
Stuurgroep en de
Ontwikkelwerkplaatsen, de onderzoeksprojecten van studenten en de verantwoording naar de subsidieverstrekker. Het PvE kan daarnaast dienen als een dialoogdocument binnen de deelnemende organisaties of als informatiedocument voor partners. Uitkomsten van het project dienen mede aan te sluiten bij het doel van zowel het VN-verdrag (2006) als het voorgestelde inclusiefbeleid: de levensbrede participatie van mensen met (functie)beperkingen in de Nederlandse samenleving. In de oplevering van diensten en producten bieden we perspectieven die vormgeven aan inclusief beleid. Het PvE kan naar gelang de gebeurtenissen, de trends en ontwikkelingen steeds worden bijgesteld en dient als routebeschrijving naar de oplevering van de resultaten.
Download het
Programma van Eisen in PDF of in een
Powerpointpresentatie.